Week 2

Week 2, The world looks:

Helaas kon ik maandag niet aanwezig zijn bij het symposium vanwege ziekte. Ik baalde hier heel erg van, maar het is nou eenmaal niet anders. Ik kon hier helaas niks aan doen. Gelukkig kon ik via de stories in de Instagram van het AMFI een beetje meekijken met wat er gezegd werd. 

Dinsdag voelde ik mij gelukkig weer een stuk beter en ging ik er met volle moed voor. Het was voor mij nog wel steeds een beetje vaag wat er nou van mij verwacht zou worden, maar ik dacht het zal naarmate de opdrachten volgen wel duidelijker worden. Dus ik ging met positiever energie de week in. Wel begon ik al een beetje twijfels te krijgen bij mijn groepje. Tenminste, ik begon de verschillen tussen de personen die wel en niet serieus waren steeds duidelijker op te merken. Die vorige vrijdag kon ik er niet bij zijn vanwege ziekte en toen was de presentatie. Alleen iemand uit het groepje had toen de gemaakte mindmap weggegooid. Dit vond ik persoonlijk erg onprofessioneel om zoiets te doen, zonder enig overleg. Maar gebeurd is gebeurd. Ik probeer zo positief mogelijk te blijven, want ik geloof erin dat als ik positief blijf ik de rest ook mee kan slepen en er zo hopelijk een beter eindresultaat uit zal komen.

Wij moesten op zoek gaan naar een stinky fish. Dit is iets wat lijkt alsof het goed is, maar eigenlijk is het fout. Het dekt als het ware de waarheid af. 

Wij kwamen tot de volgende ‘stinky fishes’: 

Transparantie, omdat Acne veel goed doet op het gebied van productie, welzijn van dieren en mens. Alleen is het allemaal heel erg vaag. Er wordt niet expliciet genoemd in welke fabrieken de kleding wordt gemaakt. Ze produceren nog steeds in risicolanden en daarnaast is de Fair Wear foundation niet in alle productielanden aanwezig. Dus is dit merk wel echt zo ‘transparant’ als wordt beweerd? Wij denken van niet…

Dierenwelzijn. Bij Acne staat kwaliteit van de producten op nummer 1, ook als dat ten koste gaat van dieren. Zo gebruiken zij altijd nog leer en wol van dieren. Wel zijn zij op zoek naar materialen die voldoen aan deze kwaliteit, alleen volgens ons gaat dit nog veel te langzaam. 

End of use verbeteren. Zoals ik al zei, staat bij Acne kwaliteit voorop. Daarom is de ‘end of use’ dan ook iets waar meer gedaan mee zou kunnen worden. Acne doet er al wel veel mee, maar het kan echt beter of in ieder geval, het moet beter naar de klanten overgebracht worden.

Inclusiviteit. Bij Acne zijn al veel modellen die vroeger als ‘anders’ werden bestempeld. Denk hierbij aan modellen die transgender zijn. Er zijn echter geen plussize modellen te zien. Ook geen gehandicapte modellen bijvoorbeeld. Het lijkt wederom alsof ze inclusief zijn, maar eigenlijk toch niet. Schijn bedriegt.

Klanten worden niet genoeg gestimuleerd om juist voor hun kleding te zorgen. Zoals ik al eerder benoemde staat Acne voor kwaliteit en gebruiken zij dierlijke of natuurlijke materialen. Bij deze materialen hoort een beschrijving, omdat bijvoorbeeld wol niet gewassen hoeft te worden. Dat kan buiten hangen en zichzelf reinigen. Volgens ons wordt dit niet genoeg naar de klanten gecommuniceerd. Alleen in het care label is niet voldoende.

In goed overleg met elkaar kozen wij transparantie uit. Wij deden dit eigenlijk door argumenten te geven voor jouw favoriete stinky fish en daarna zouden wij democratisch stemmen. Wij hebben een eigen draai gegeven aan de ‘vote methode’. Persoonlijk lag mijn keuze bij ‘klanten worden niet voldoende gestimuleerd om juist voor hun kleding te zorgen’. Naar mijn mening was transparantie te vaag. Zelf zag ik ook mogelijkheden bij mijn keuze. Ik had graag willen schrijven over hoe dit was over te brengen op de klanten. Dit zou beter zijn voor het milieu en aansluiten bij onze SDG’s. Dit was weer een keuzemoment. Ik was het persoonlijk niet helemaal eens met de keuze, maar je hebt het niet altijd voor het zeggen in een groep. Ook vind ik het weer interessant om aan een kwestie te gaan werken die ik persoonlijk op het eerste gezicht zelf niet uitgekozen had. Dit geeft mij ook weer een extra uitdaging.  

Het orakel:

Het orakel was een manier voor ons om antwoorden te vinden op het probleem van onze stinkyfish. Hierin stelde wij vragen aan het onwetende en de vragen moesten wij dan weer categoriseren. 

Persoonlijk vond ik het orakel nogal een vaag begrip, want wij waren eigenlijk vragen aan het stellen aan iets dat ons geen antwoord terug zou geven. Deze opdracht heb ik persoonlijk dan ook als iets minder ervaren. Ik kan het nu nog niet helemaal linken met wat wij aan het doen zijn. Tuurlijk is het handig dat ik nu wat vragen heb bedacht die misschien handig zijn om verder te gaan onderzoeken, maar voor de rest heeft het mij persoonlijk niet echt verder geholpen. Ik denk ook mijn groepje niet.

In deze tweede week ging de samenwerking redelijk goed. Er werd goed overlegd over de keuzes en beslissingen die wij moesten maken. Het verliep naar mijn mening vrij soepel. Ik vind ook persoonlijk dat ik zelf waarde toevoeg aan de groep. Ik ga wel altijd de discussie aan om te kunnen sparren over ideeën. Dat gaat tot nu toe vrij goed. Daar ben ik ook wel trots op, omdat ik in de klas misschien overkom als een introvert persoon, alleen valt dat wel heel erg mee. In de klas zelf zou ik wel meer mogen mee praten of mijn mening mogen geven. Ik vind dit nog steeds erg lastig. Ik blijf dan liever op de achtergrond, als ik het echt weet of iets goeds heb dan zeg ik het ook wel. Bij mijn PD is dit ook een van mijn skills waaraan ik werk. Moed zou ik soms meer nodig hebben. Ik ga het proberen om dat te verbeteren, maar ben bang dat dit voor mij persoonlijk nog wel een lang proces zal zijn. Ik heb namelijk vroeger last van faalangst gehad en dat gevoel krijg ik dan weer een beetje terug als ik onvoorbereid iets voor een grote groep mensen moet gaan zeggen, maar het is zeker iets waar ik werk. Het blijft voor mij eng. Gelukkig kan ik dus wel goed genoeg mijn mening kwijt binnen de groep en houdt faalangst mij niet tegen. 

Mijn hoogtepunt van deze week was het bedenken van stinky fishes, ik merkte dat ik het erg interessant vond om te zoeken naar punten in een bedrijf die beter konden. Ik ben ook van mening dat het erg belangrijk is om problemen binnen een bedrijf te kunnen herkennen, zodat die verbeterd kunnen worden. Mijn dieptepunt van deze week (was eigenlijk dat ik het symposium had gemist)  was het orakel, ik vond het een beetje een vage opdracht zoals ik al zei. Ik heb niet het idee dat ik nu echt een goed beeld heb over wat ik volgende week moet gaan doen of waarmee mij en mijn groepje dit verder zal gaan brengen. Wat ik heb geleerd deze week is dat ook al doet een bedrijf zich dus goed voor, het eigenlijk vaak schijn is en het dus helemaal niet zo ‘rozengeur en maneschijn’ is. Wel was het erg fijn aan deze week dat ik complimenten mocht uitdelen en ontvangen binnen mijn groep. Ik denk dat dit zeker nodig was en zo toch nog een soort lichtpuntje voor mijn groepje was deze week.